Glazig
GLAZIG
‘Denk je dat ie het gedaan heeft?’
‘ Wie’? bromt Douwe, die zijn zakken afklopt op zoek naar sleutels.
‘Als je hier wacht, loop ik gauw terug naar binnen. Misschien dat ik ze in de squashzaal heb laten liggen.’
Op de uitgestorven parkeerplaats van Holiday Inn danst warme lucht boven gloeiend asfalt. De geblutste Renault 4 staat mistroostig naast een uitbundig bloeiende frangipani, die weliswaar een bedwelmende geur verspreidt maar amper schaduw geeft.
‘Hebbes.’
Ik draai me om en zie Douwe fanatiek met een bos sleutels zwaaiend naar me toe lopen.
‘Wat zei je daarnet over iemand die iets gedaan zou hebben?’
‘Heb je de Chronicle vanmorgen dan niet gelezen,’ vraag ik verbaasd.
De stadskrant van Bulawayo blinkt niet alleen uit in onmogelijk te verifiëren nieuwsfeitjes maar is bovendien dunner dan een bijsluiter.
‘Over onze superintendent van UBH, die zich in zijn ‘private rooms’ aan haar ‘private parts’ vergrepen zou hebben. Natuurlijk ontkent hij alles maar zijn patiënt blijkt het liefje van een hotshot in de partij te zijn.’
‘Een chirurg moet zich bij zijn vak houden en zich niet op andermans terrein begeven, zeker niet op dat van een gynaecoloog’, zegt Douwe met een grijns terwijl hij de sleutel omdraait, de snikhete auto in de eerste versnelling zet en het gaspedaal indrukt. De Renault schiet vooruit maar komt direct daarna met een enorme klap tot stilstand. Aangezien ik nog niet in de autogordels zit, word ik met brute kracht tegen de voorruit geslingerd, waarna ik even de weg kwijt ben.
‘Wat was dat in godsnaam,’ stamel ik, terwijl ik het bloed uit mijn ogen wrijf en zie dat de voorruit gebarsten is.
‘Geen idee’, roept Douwe, die de auto uit springt en naar de voorkant van de Renault rent.
‘Jesusmina, welke gek zet er nou van die lage paaltjes midden op een parkeerterrein? zegt hij met een diepe zucht, terwijl hij achter het stuur kruipt.
‘Het spijt me echt heel erg. Door de lage zon heb ik die stomme paaltjes helemaal over het hoofd gezien. Maar, gaat het wel goed met je? Weet je waar we zijn en wat voor dag het is?’
‘In ieder geval een dag om niet gauw te vergeten’, antwoord ik benepen.
‘Jeetje’, gilt Sandra als we bij hem thuis aankomen. ‘Je zit vol bloed. Ga hier zitten, ik haal een washand en een pincet want ik denk dat er nog glassplinters in je voorhoofd zitten.’
‘Hoe is het nu,’ vraagt Douwe bezorgd als Sandra naar de badkamer is gesneld. ‘Wil je paracetamol of whisky,’
‘Doe maar allebei’, mompel ik gelaten. ‘Het bloeden valt wel mee maar ik barst van de koppijn.’
Als alle splinters zorgvuldig verwijderd zijn, de paracetamol is ingewerkt en de whisky fles halfleeg, komt mijn tong los.
‘Ik had nooit gedacht dat ik met mijn hoofd een voorruit van een auto zou kunnen kraken’, brabbel ik onvast. ‘Al is het dan bij een aftandse Renault.’
Douwe kijkt me geamuseerd aan, opgelucht dat het voorval geen blijvende schade heeft opgeleverd.
‘Nou dat hangt natuurlijk wel van de dikte van het glas af’, zegt hij terwijl hij naar de lage, glazen salontafel wijst waar we met zijn allen omheen zitten. ‘Daar kun je op staan!’
Overmoedig geworden door whisky, vat ik zijn mededeling letterlijk op en stap pardoes de tafel op, die met donderend geraas in stukken uiteen valt.
17-X-2026; Douwe 80 jaar



Leave a Reply
Want to join the discussion?Feel free to contribute!