Traffic


The Lisbon metropolis – with 18 municipalities –  accommodates about 2.8 million inhabitants, who all seem to have the same addiction: their car! Unfortunately, a still growing number of Portuguese use the car at the expense of public transport,  5 times less utilized for commuting.


Each day 370.000 vehicles drive into the capital, in general with only the driver inside.
Most cars enter Lisbon from the south of the Tagus – via the A2 and A12 – and via the northern A1.

The third busiest route is the A5 from the famous seaside town of Cascais, also called ‘the death road’ because of the high number of fatal accidents every year.

These large numbers of automobiles not only provoke endless traffic jams in the center but also severe air pollution. Diesel cars are by far the most sold and emissions of nitrogen oxide in Portuguese cities are 8 times above the European standard. Even higher than in urban Germany.

Furthermore, the number of fatal accidents to pedestrians –mainly to people over 65 years of age – is increasing and nowadays the highest in the past five years.

The solution to reducing the use of cars seems straightforward: create alternatives! With this in mind, Fernando Medina, Lisbon’s mayor, advocates a radical reduction in the cost of public transport (metro, bus), extend the number of bus lanes in the metropole and –by means of state funding – enable a free bus lane on the A5 between Cascais and Lisbon.

But the government should do much more. Only 15% of public transport in Portugal is subsidized, compared to 50% in the EU. Moreover, cycling has to be encouraged and the network of cycle paths expanded. Today only a tiny fraction (1%) of the population uses their bicycle for commuting, compared to 7% in the rest of Europe.

The fact that Lisbon has recently won the European Green Capital Award for 2020 creates expectations.
Now it has to be done.

Bom fim de semana         Enjoy the weekend        
(pic Expresso/Sapo/Público)

 

 

Buurtvergadering

‘Olá Pedro, wat ben jij mooi afgevallen, gefeliciteerd!’, lispelt de zwaarlijvige, naar adem happende Dona Maria Filomena Chuva da Souza Pinto tegen een in het gangpad hangende dikzak, terwijl ze in het voorbijgaan even zijn spierwitte – in een veel een te kort broekje gestoken – bovenbeen beroert, waarna ze steunend haar weg naar het podium in het Auditório Camões vervolgt om daar met een luide zucht tussen haar mede bestuursleden neer te ploffen en als voorzitter bijna drie kwartier te laat met een forse hamerslag de vergadering te openen.
‘Dank je Maria, we doen ons best’ mompelt Pedro, met tegenzin zijn ogen afwendend van de opvallend forse billen van een graatmagere buurtbewoonster, die voor in de zaal staat te wiebelen om daar – zodra ze de kans krijgt – haar grieven over het in haar ogen compleet falende wijkbestuur in de microfoon uit te storten. Een kortharige, in roomwitte overall gestoken afgevaardigde van de sociaaldemocratische PSD is haar echter te vlug af. ‘Op de eerste plaats wil ik het voltallige bestuur feliciteren met het elektrische vuilniskarretje, dat onze buurt sinds kort rijk is. Ik maak me echter zorgen over het grote aantal ratten in de Rua Zaire en het feit dat het huisvuil deze zomer zo lang is blijven liggen.’ Nog voor ze verder kan, wordt ze bruusk onderbroken door de vinnige woordvoerster van de communistische PCP, die de tafel toebijt. ‘Over zomer gesproken. Waarom is het zwembad eigenlijk nog gesloten? Onze kinderen kunnen niet eens schoolzwemmen?’ Het blijkt het begin van een ellenlange tirade, minstens zo lang als de tot haar middel hangende muisgrijze paardenstaart. De bestuursleden trekken hierop en masse hun smartphones, waarop ineens erg veel interessantere berichten blijken te staan. De voorzitter reageert op het communistisch geweld door met haar balpen onder luid gekraak een zak chips te openen en de inhoud ervan – geholpen door de nog openstaande microfoon – duidelijk hoorbaar met de zaal te delen.
‘Moet er niet gewoon een nieuw schoolgebouw komen?’, vraagt de licht zwetende in pak en das gestoken vertegenwoordiger van de christendemocratische CDS. ‘Deze zomer heb ik hoogstpersoonlijk onze school bezocht. De vloeren zijn rot, er kan geen raam meer fatsoenlijk open en het dak lekt nog erger dan het zwembad!’ Hij was bijna anderhalf uur te laat het buurtoverleg binnen geslopen en kon zich dus geen uitvoerig betoog veroorloven. De voorzitter likt het zout van haar lippen en antwoordt fijntjes, dat zowel de problemen met het zwembad en die van de school te groot voor de wijkraad zijn en dus bij het centrale stadsbestuur thuishoren.
‘En als er verder geen dringende zaken meer zijn, wil ik u nu vragen om allen te gaan staan en – op verzoek van de communistische partij –1 minuut stilte in acht te nemen ter nagedachtenis aan Carlos Pereira, buurtbewoner en activist van het eerste uur, die afgelopen maand op 81-jarige leeftijd is overleden.’
Op het moment dat de aanwezigen uit hun stoel omhoog komen, verlaat de christendemocratische afgevaardigde alweer hoofdschuddend de zaal.

Pet

‘Als de airco aanstaat, houd ik mijn pet s’ nachts ook op’.
Jan kijkt me met priemende oogjes vanonder zijn klep loensend aan. Zijn hele leven in de Rotterdamse haven gewerkt, bij de brandweer. Woont nu met vrouw en pensioen in Breda. In de 70 zal hij zijn.
‘Hè, lig je dan met je pet op in bed?, vraag ik verwonderd
Ja natuurlijk, anders word ik verkouden!’
Ik kijk vragend achterom naar zijn Tillie, die met haar dikke voeten op de achterste rij in de bus is gaan zitten.
‘Klopt’, zegt ze met een gulle lach. ‘Heeft zijn broer ook. Gek hè’
‘Dan moeten jullie allebei een gaatje in je kop hebben’, mompel ik’
‘Ik zou niet weten waar, lacht Jan. Maar ik neem wel altijd een zwikkie petten mee op reis’.
Buiten is het land leeg op een eenzame acaciastruik in de verte na. Langs de weg verdwaalde graspolletjes, waarvan de witte kuifjes wiegen in de wind.
Bij het instappen na de plaspauze dreigt het even mis te gaan.
Een homostel uit Best blaft tegen een echtpaar uit Boxtel ‘En nu mogen wij voorin zitten!’
‘Ja maar ik kan alleen maar vooruit kijken’, miauwt de vrouw met de halskraag. ‘En mijn man heeft staar en veel licht nodig om goed te kunnen zien. Hij moet ook snel uit kunnen stappen als hij voelt dat er een plasje aankomt.’ Haar hoogbejaarde echtgenoot heeft inmiddels geruisloos de lege plaats naast Jan ingenomen. Pas nadat de reisleider in gebroken Afrikaans duidelijk gemaakt heeft diezelfde avond nog een intekenlijst voor de zo gewilde zitplaatsen te maken, kunnen de sterke verhalen over vervlogen reizen worden hervat en kan de snoepzak met minimarsjes aan een nieuw rondje beginnen.
Als de bus leegloopt en er een spervuur aan foto’s neerdaalt op de als koeienhoorns gevouwen mutsen van een groepje Herero vrouwen, waait de pet van Jan de voorgoed de Namib woestijn in.
‘Geeft niks’, bromt hij. ‘Ik heb er nog zat.’

20 oktober 2018

Ashwa

‘Oh nee, wij zijn Pashtuns! Het allerbelangrijkste is, dat ik geen ruzie met mijn familie krijg, met mijn ouders en mijn ooms en tantes.’
Negentien is ze, slank als een rietstengel met een lang gezicht waarin rustige, bruine ogen en een dunne mond. Op haar hoofd een donkergele doek met zwarte kraaltjes. De verticale strepen op haar rood-blauwe tuniek versterken haar frêle gestalte. ‘Ik zit hier al een paar jaar op school en het schiet maar niet op’, zucht ze.’ ‘Praten lukt nog wel maar schrijven is echt moeilijk’
Ashwa komt uit Afghanistan maar heeft bijna haar hele leven in Pakistan gewoond. Ze wil tandartsassistente worden – ‘om mensen te helpen’ – maar twijfelt of het ooit nog zover komt
‘Misschien moet je iets gaan studeren wat niet zo lang duurt, iets met verzorging of zo’, opper ik voorzichtig.
‘Ik wil echt niks met kinderen. Veel te druk. En ook niet met suffe bejaarden’, antwoordt ze fel.
Dan pakt ze een portemonnee uit haar tas.
‘Heb ik vanmorgen gevonden, bij de tramhalte.’
‘Zat er nog iets in?’
‘Ja, best wel veel, ongeveer 90 euro en een paar kaartjes. Ik heb de eigenaar al gebeld en die wou de portemonnee thuis bij me komen ophalen. Dat kan echt niet! Ik geef hem wel aan de politie’
‘Dus als ik het goed begrijp, gaat alleen je familie erover met wie je gaat trouwen?’
Ze knikt.
‘En, zijn er al gegadigden langs gekomen?’
‘Ja hoor, best wel veel’, zegt ze niet zonder trots. ‘Mijn familie gaat dan alles heel precies uitzoeken over die jongens’. Ze hebben al iemand op het oog.
‘Oh!’. Ik kijk haar verbaasd aan.
‘Hij is 22 en zit ook nog op school.’
‘En wat vind jij zelf belangrijk of maakt dat toch niks meer uit?’
‘Hij moet knap zijn – want dat ben ik niet – en lang
‘Is die dat?’
‘Nee. Hij is best klein maar ziet er wel heel lief uit.’

18 oktober 2018

Typical

It is tempting to sigh once in a while ‘strange fellows, those Portuguese’, just like cartoon character Obelix did at the time of Julius Caesar when he used to grumble ‘ils sont fous, ces Romain’.

If you are what you eat (drink, smoke) or love (males, females, yourself), then countries certainly aren’t the same. There are after all innumerous appetites and lifestyles. For example, health club membership is twice as high in Spain and three times higher in Denmark.

Portugal, on the other hand, has the highest wine consumption in the world and its population devours the most fish in the EU.

Portuguese people take 4744 steps a day, far less than the Chinese in Hong Kong or even their Spanish neighbours. Two-thirds are not physically active, in particular, low-skilled women. Hence, more than half of the population is overweight and 7%  obese.

Portuguese adore cars – one in every two owns one – and use them every day. For everything: commuting, shopping, and outings. Unfortunately, these motorists hardly ever use public transport and are keen to make phone calls while driving.

Anti-smoking campaigns aren’t successful at all and overall smoking hasn’t declined in 30 years.
Strangely enough, highly educated women smoke most.

But do these people then only have bad habits?

Apparently not. Portuguese people love their culture and are– besides Fado, Football, and Fatima – fond of grilled sardines, Pessoa, Saramago, sunny weather and popular saints. They also work a lot – make much more hours a week than the Dutch and Germans – and enjoy fewer holidays than the average European.

Moreover, they serve piles of food to family and friends and it is impossible to leave a restaurant unsatisfied! These folks have an open mind, to their compatriots, and to the world. They are well informed and know how to enjoy Spanish tapas, Brazilian music, Japanese sushi, French cinema, German books, and Chinese medicine. Although they initially show a somewhat timid approach, they are very helpful and always there for you. Friendships aren’t superficial but for life.

The most stunning, however – at least according to the Observer – are the eyes of their men. Wherever you are in the world, you should look at their eyebrows. ‘If they are breath-taking, then the fellow must be Portuguese’.

Bom fim de semana              Enjoy the weekend     (pic Lusa/SAPO/Público)