Happy 2020

Happy Holidays

Teamoverleg

Het overleg is nog maar net begonnen of ik hoor links van me een zachte plop, gulzige slikgeluiden en een inpandige boer. Weeïge, zure lucht. Als het lege, roomwitte plastic bio bakje wordt teruggezet, knijpt de vlezige voorzitter aan de overkant van de tafel haar diepliggende varkensoogjes even helemaal dicht, neemt een ferme slok uit de torenhoge beker en vervolgt vol nieuwe energie haar monoloog. Praten doet haar goed, zeker na vier maanden veroordeling thuis met een been omhoog. Luisteren, dat is iets voor de Anderen. Ze was bij het uitstappen van de lift zomaar gestruikeld over een muizig rugzakje. Dat had helemaal niks met haar buikomvang te maken, zoals die volslanke collega in de kantine beweerd had! Zweetdruppels vechten om voorrang, vestjes gaan uit, sjaaltjes af, ramen open. Een zwarte kanten waaier in haar propvolle roze vintage tas biedt uitkomst. Allebei overgehouden aan een weekendje Sevilla. Rechts een zacht schuren van nagels die worden bijgevijld. Achter me een alsmaar knarsende deur waardoor medewerksters binnenwaaien, op jacht naar instructies. Grommende smartphones worden zonder pardon het zwijgen opgelegd.
Pas als ze moet plassen krijgen de Anderen een kans. Over hoe de zomervakantie is geweest, de nieuwe juffrouw op school en wanneer precies de herfstvakantie begint. Een half leeg zakje amandelen komt voorbij en niet meer terug. Naast het biobakje wordt een broodje opgevuld met rauwe ham en blauwe aderkaas. Ouwe sokkenlucht. De Spaanse waaier wordt gemist. Eenmaal terug legt de voorzitter met zoveel woorden uit, dat het eigenlijk toch allemaal helemaal anders zit. En begint haar betoog van voren af aan. De Anderen staren weer voor zich uit, krabbelen iets in hun agenda of bellen met een buitenwereld waar de zon uitbundig schijnt. OK, zegt ze tenslotte, alles gaat dus veranderen. Meer weet ik ook niet. Als er geen vragen zijn, kunnen we nu naar de lunch. In een oogwenk is de vergaderruimte leeg.

 

Stoppeltjes

‘Niet schrikken hoor’, zei ze zacht toen ik op de hoek van de smalle steeg bijna tegen haar aan botste.
Haar man was een paar jaar geleden overleden. In het ziekenhuis verder op de heuvel, waar hij bijna zijn hele leven in het mortuarium gesleten had. Daar hadden ze hem dus ook van binnen leren kennen.
Zijn pensioentje verdiende hij als portier van het sjieke appartementencomplex aan het eind van de steeg. Je kon hem altijd in het roze portiershokje vinden naast die hoge, groene poort. Verdwaalde buurtkinderen, jonge katjes in een doos, keffertjes – waarop gepast moest worden – of visjes in een kom voor de TV met voetbal erop. Hij was er nooit alleen. Nieuwe kleren droeg hij ineens maar een dienstpet zat er niet in. Ook een linkse pensionado had zijn trots.
‘Het gaat nu goed.’ Ik keek haar vragend aan. ‘Een vrouwendingetje’, mompelde ze terwijl ze peinzend voor zich uit staarde. Ze was zijn grote liefde geweest na een eerdere valse start. Twintig jaar jonger en een stuk kleiner. Altijd baantjes in de buurt. Nooit voor lang. Winkelmeisje, schoonmaakster, huishoudhulp, bejaardenverzorgster. En dan weer even niets.
‘Tja’, zuchtte ze. ‘Ik was er laat bij’. Dus hebben ze meteen moeten opereren’.
‘Hier in het ziekenhuis?’ vroeg ik bezorgd. Het stond in de hoofdstad bekender om zijn ligging dan om zijn goede naam.
‘Ja en nu krijg ik elke week een infuus. Het allerergste zijn die zweren in je mond.’
‘Je hebt toch geen uitzaaiingen?’
‘Nee, ze konden niks vinden. Mijn botten waren schoon. Over 6 weken hoor ik meer’.
Met opgeheven hoofd, waarop sprietige stoppeltjes groeiden, opende ze de deur van haar woning.

Schatje

Over het gladde houten bruggetje met de vertrouwde vijvereenden, kraaloogjes nieuwsgierig schuin omhoog. Zigzaggend tussen vuilwitte happende hondjes, achtervolgd door rochelende slijm opspugende scootmobiels. Langs de uitpuilende aluminium vuilnisbak op één poot hangend in een afvalplas. Dan een lusteloze bank met laveloze ragebol, alle aandacht voor vroeg vloeibaar ontbijt. Voorbij de donkere dichtgetimmerde blokhut rechtsaf de zanderige trappen omhoog naar de nieuwe superbrug. Daarop grote grommende honden met norse bazen zonder plastic zak. Eronder rimpelend duister kanaalwater. Naar links voorbij het roze uitgewoonde tankstation, waaronder een hagelnieuwe metro zoeft. Na de dommelende poppenhuisjes op de dijk en de fietsscholieren op de smalle brug, wenkt in de verte het Noorderbad.
‘Kom maar schatje’
Hij houdt zijn pas in. Kijkt recht in het achteromkijkende gezicht van een bleke bejaarde vrouw.
Opgeknipt grijs, megabril, winterjack.
Huh?
Pas dan ziet hij de poepbruine kogelronde teckel achter hem, die op 3 pootjes uit de struiken hinkelt.
‘Goed zo, schatje ’, mompelt ze en trekt voorzichtig een blauw zakje uit haar jas.

Um Feliz 2019

There is place for everyone

Bom Natal

Zé is dood                                                  Zé is dead
stond op de App                                       the App said
dinsdag                                                      on Tuesday
om half twee                                             at half past one

Zo trots                                                      So proud
op fiere dochters                                      of brave daughters
in New York                                               in New York
en Amsterdam                                           and Amsterdam

Zielsgelukkig                                              Crazy
met zijn Tina                                              about his Tina
en de katten                                               and the cats
om haar heen                                             around her

Alles op zijn scooter                                  Everything by scooter
door de stad                                               through town
met wijn en kaas                                        with wine and cheese
en soms zijn vrouw                                    and his wife sometime

Het huisje                                                   The little shed
in de tuin                                                    in the garden
voor ons 4                                                  to the 4 of us
een paleis                                                   a palace

Angola toen                                                Angola then
Kaap Verde straks                                     Cape Verde later
nu                                                                 not
niet meer                                                    anymore

Querido Zé                                                 Dear Zé
we misten je al                                          already missing
voordat                                                       before
we je kenden                                             knowing you

 

Buurtvergadering

‘Olá Pedro, wat ben jij mooi afgevallen, gefeliciteerd!’, lispelt de zwaarlijvige, naar adem happende Dona Maria Filomena Chuva da Souza Pinto tegen een in het gangpad hangende dikzak, terwijl ze in het voorbijgaan even zijn spierwitte – in een veel een te kort broekje gestoken – bovenbeen beroert, waarna ze steunend haar weg naar het podium in het Auditório Camões vervolgt om daar met een luide zucht tussen haar mede bestuursleden neer te ploffen en als voorzitter bijna drie kwartier te laat met een forse hamerslag de vergadering te openen.
‘Dank je Maria, we doen ons best’ mompelt Pedro, met tegenzin zijn ogen afwendend van de opvallend forse billen van een graatmagere buurtbewoonster, die voor in de zaal staat te wiebelen om daar – zodra ze de kans krijgt – haar grieven over het in haar ogen compleet falende wijkbestuur in de microfoon uit te storten. Een kortharige, in roomwitte overall gestoken afgevaardigde van de sociaaldemocratische PSD is haar echter te vlug af. ‘Op de eerste plaats wil ik het voltallige bestuur feliciteren met het elektrische vuilniskarretje, dat onze buurt sinds kort rijk is. Ik maak me echter zorgen over het grote aantal ratten in de Rua Zaire en het feit dat het huisvuil deze zomer zo lang is blijven liggen.’ Nog voor ze verder kan, wordt ze bruusk onderbroken door de vinnige woordvoerster van de communistische PCP, die de tafel toebijt. ‘Over zomer gesproken. Waarom is het zwembad eigenlijk nog gesloten? Onze kinderen kunnen niet eens schoolzwemmen?’ Het blijkt het begin van een ellenlange tirade, minstens zo lang als de tot haar middel hangende muisgrijze paardenstaart. De bestuursleden trekken hierop en masse hun smartphones, waarop ineens erg veel interessantere berichten blijken te staan. De voorzitter reageert op het communistisch geweld door met haar balpen onder luid gekraak een zak chips te openen en de inhoud ervan – geholpen door de nog openstaande microfoon – duidelijk hoorbaar met de zaal te delen.
‘Moet er niet gewoon een nieuw schoolgebouw komen?’, vraagt de licht zwetende in pak en das gestoken vertegenwoordiger van de christendemocratische CDS. ‘Deze zomer heb ik hoogstpersoonlijk onze school bezocht. De vloeren zijn rot, er kan geen raam meer fatsoenlijk open en het dak lekt nog erger dan het zwembad!’ Hij was bijna anderhalf uur te laat het buurtoverleg binnen geslopen en kon zich dus geen uitvoerig betoog veroorloven. De voorzitter likt het zout van haar lippen en antwoordt fijntjes, dat zowel de problemen met het zwembad en die van de school te groot voor de wijkraad zijn en dus bij het centrale stadsbestuur thuishoren.
‘En als er verder geen dringende zaken meer zijn, wil ik u nu vragen om allen te gaan staan en – op verzoek van de communistische partij –1 minuut stilte in acht te nemen ter nagedachtenis aan Carlos Pereira, buurtbewoner en activist van het eerste uur, die afgelopen maand op 81-jarige leeftijd is overleden.’
Op het moment dat de aanwezigen uit hun stoel omhoog komen, verlaat de christendemocratische afgevaardigde alweer hoofdschuddend de zaal.

Pet

‘Als de airco aanstaat, houd ik mijn pet s’ nachts ook op’.
Jan kijkt me met priemende oogjes vanonder zijn klep loensend aan. Zijn hele leven in de Rotterdamse haven gewerkt, bij de brandweer. Woont nu met vrouw en pensioen in Breda. In de 70 zal hij zijn.
‘Hè, lig je dan met je pet op in bed?, vraag ik verwonderd
Ja natuurlijk, anders word ik verkouden!’
Ik kijk vragend achterom naar zijn Tillie, die met haar dikke voeten op de achterste rij in de bus is gaan zitten.
‘Klopt’, zegt ze met een gulle lach. ‘Heeft zijn broer ook. Gek hè’
‘Dan moeten jullie allebei een gaatje in je kop hebben’, mompel ik’
‘Ik zou niet weten waar, lacht Jan. Maar ik neem wel altijd een zwikkie petten mee op reis’.
Buiten is het land leeg op een eenzame acaciastruik in de verte na. Langs de weg verdwaalde graspolletjes, waarvan de witte kuifjes wiegen in de wind.
Bij het instappen na de plaspauze dreigt het even mis te gaan.
Een homostel uit Best blaft tegen een echtpaar uit Boxtel ‘En nu mogen wij voorin zitten!’
‘Ja maar ik kan alleen maar vooruit kijken’, miauwt de vrouw met de halskraag. ‘En mijn man heeft staar en veel licht nodig om goed te kunnen zien. Hij moet ook snel uit kunnen stappen als hij voelt dat er een plasje aankomt.’ Haar hoogbejaarde echtgenoot heeft inmiddels geruisloos de lege plaats naast Jan ingenomen. Pas nadat de reisleider in gebroken Afrikaans duidelijk gemaakt heeft diezelfde avond nog een intekenlijst voor de zo gewilde zitplaatsen te maken, kunnen de sterke verhalen over vervlogen reizen worden hervat en kan de snoepzak met minimarsjes aan een nieuw rondje beginnen.
Als de bus leegloopt en er een spervuur aan foto’s neerdaalt op de als koeienhoorns gevouwen mutsen van een groepje Herero vrouwen, waait de pet van Jan de voorgoed de Namib woestijn in.
‘Geeft niks’, bromt hij. ‘Ik heb er nog zat.’

20 oktober 2018